Het oosten van Tadzjikistan is het 'land van de hoge bergen'. Het beslaat bijna de helft van het landoppervlak, maar er wonen slechts 250.000 mensen. Dit zijn voor het grootste deel 'Pamiri's', een ander volk dan de Tadzjieken, met een eigen taal en een eigen vorm van de Islam. Omdat het zo afgelegen ligt, had ik nooit de kans gehad om er naartoe te gaan, maar afgelopen week was het dan eindelijk zover. Voor ons project moesten er twee mensen naar de Pamir, om een seminar voor te bereiden en om medische instrumenten uit te delen. Ik was een van de gelukkigen.
Dit is makkelijker gezegd dan gedaan. Eerst moet je een visum zien te bemachtigen, want dit uitgestrekte berggebied heeft een lange grens met zowel Afghanistan als China en moet dus extra beveiligd worden. Er zijn twee mogelijkheden om er te komen: Door de lucht en over land. Beide hebben ze voor- en nadelen. Het belangrijkste nadeel van de reis over land is dat hij verschrikkelijk lang duurt: Zestien tot vierentwintig uur in een Russische jeep. Dat betekent dus, als je nog wat wilt slapen, een reis van twee dagen. Het voordeel is dat de reis langs adembenemende stukjes natuur gaat. De vliegreis duurt slechts een uurtje, maar het is moeilijk om een ticket te bemachtigen als je geen bekenden bij de luchtvaartmaatschappij hebt, en het is ook de enige vlucht waarvoor de piloten ten tijde van de Sovjet-Unie gevarentoeslag kregen. Het vliegtuig vliegt dwars door de bergen en soms heb je het idee dat je ze kunt aanraken.
Wij wisten uiteindelijk een vliegticket te bemachtigen en gingen dus met het vliegtuig. Bij het landen, kregen we even het idee dat we in de rivier terecht zouden komen, maar er blijkt toch een vliegveld te zijn. We zijn in Goroech, de hoofdstad van dit deel van het land. De rivier is de grens tussen Tadzjikistan en Afghanistan. Het valt meteen op hoe rustig het hier is en hoe groen. Het zal niet makkelijk zijn om hier in de winter te wonen, maar nu laat de stad zich van zijn mooiste kant zien.
We moeten meteen aan het werk: De plekken waar we de medische kits moeten verdelen liggen behoorlijk ver uit elkaar en dus huren we voor een dag een taxi. Het is een oude Moskowitz die de bergweggetjes goed aankan, maar we zijn er niet helemaal zeker van of de chauffeur in het wodkaflesje dat naast z'n stoel ligt water heeft zitten of wodka en zijn rijstijl geeft geen uitsluitsel.
Overal waar we gaan, horen we hetzelfde verhaal: Er zijn hier te weinig artsen. Veel mannen zijn na de onafhankelijkheid naar Rusland vertrokken om geld te verdienen voor hun familie, want van het loon dat ze als arts verdienen kunnen ze niet leven. De arts die het ziekenhuisje op de foto leidt, is verantwoordelijk voor de zorg van negenduizend patienten die verspreid door de bergen wonen. In de dorpen zijn wel praktijkverpleegkundigen, die als ze het niet alleen afkunnen naar hem verwijzen.
lees verder op volgende pagina: geloof en cultuur